NOB en RB geven commentaar op Belastingplan 2013

De beroepsorganisaties Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en Register Belangen (RB) hebben hun commentaar ingediend bij de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, op diverse voorstellen uit het pakket Belastingplan 2013.

Commentaar NOB

De Orde is verheugd met de intrekking van het wetsvoorstel herziening fiscale behandeling woon-en werkverkeer vanwege de administratief bewerkelijke gevolgen van de oorspronkelijk voorgestelde regeling. Het wetsvoorstel Belastingplan 2013 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2013 geven aanleiding tot de volgende commentaarpunten:

  • De Orde constateert dat er nog een aantal onduidelijkheden bestaan ten aanzien van de voorgestelde wijziging van artikel 15, lid 1, Wet Vpb 1969 in verband met de inwerkingtreding van de Flex BV. De Orde dringt zeer aan op verduidelijking;
  • De Orde is van mening dat de nieuwe anbi-eisen in strijd zijn met EU-recht;
  • De Orde meent dat de verplichting tot het hebben van een website en openbaarmaking van namen van bestuurders onredelijk bezwaarlijk is voor met name kleine of op één tijdelijk project gerichte anbi’s;
  • De Orde vreest dat de discretionaire bevoegdheid om een verzuimboete eerder op te leggen dan pas bij aanslag zal leiden tot willekeur en dringt aan op landelijke beleidsregels terzake;
  • De Orde heeft begrip voor de bestrijding van het kennelijke misbruik van de afdrachtvermindering onderwijs, maar vraagt zich af of de aangekondigde maatregelen niet ook goedwillende werkgevers treffen en vreest voor overkill;
  • De Orde constateert dat de voorgestelde Opgaaf burgerservicenummer tot onoverkomelijke bezwaren leidt in gevallen waarin geen burgerservicenummer beschikbaar is (buitenlanders, BV’s) of niet wordt afgegeven (onwillige ex-echtgenoten). Omdat alsdan een op de wet gebaseerde faciliteit (aftrek alimentatie, eigenwoning rente) niet wordt verleend, is de Orde van mening dat dit voorstel onbehoorlijk is en roept op tot aanpassing;
  • De Orde is van oordeel dat voor de vraag of er sprake is van onderdekking bij eigenbeheerpensioen niet de fiscale waardering bepalend zou moeten zijn maar de waarde in het economisch verkeer van de pensioenverplichting. Koppeling aan laatstgenoemde waarde geeft de reële onderdekking weer;
  • De Orde vreest dat als gevolg van de voorgestelde maatregelen met betrekking tot het bodem(voor)recht de kredietverstrekking nog moeizamer en in voorkomende gevallen onmogelijk zal worden. De Orde dringt erop aan de overkill uit het voorstel weg te nemen;
  • De Orde stelt voor in de voorgestelde verruimde buitenlandse belastingplicht ter zake van bestuurdersbeloningen de tekst toe te spitsen op “leidende werkzaamheden van dagelijks bestuur” zoals verwoord in het verdrag met België teneinde te vermijden dat ook andersoortige “leidende werkzaamheden” tot belastingplicht leiden in Nederland;
  • De Orde constateert dat een aantal voorstellen – correctieberichten loonbelasting, afstempeling eigenbeheerpensioen, eigen woning en verhuurderheffing – nader zullen worden uitgewerkt bij ministeriële regeling. De Orde dringt er zeer op aan dat deze regelingen zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd, zodat deze deel kunnen uitmaken van de beraadslaging in de Tweede Kamer;
  • De Orde is zeer verheugd over het voorstel dat de thin cap regeling in de vennootschapsbelasting wordt afgeschaft.

Commentaar RB

  • De voorgestelde regeling voor de renteaftrek van de eigen woning is naar de mening van het RB zo gecompliceerd, dat verwacht moet worden dat de regeling in de praktijk onjuist zal worden uitgevoerd. Gepleit wordt voor een regeling welke eenvoudig(er) is toe te passen.
  • De afschaffing van de thin-capregeling wordt door het RB toegejuicht, maar tegelijk wordt de wetgever gevraagd om meer duidelijkheid over de fiscale gevolgen van onzakelijke leningen.
  • Het RB is verheugd over de maatregel die afstempeling van pensioen in eigen beheer mogelijk maakt, maar zou deze mogelijkheid ook graag zien bij in eigen beheer verzekerde stamrechten vanwege vergelijkbare problematiek.
  • Het streven naar fraude- en constructiebestrijding heeft sympathie van het RB. Echter gewaakt moet worden dat de maatregelen die in dat kader worden getroffen niet disproportioneel zijn.
  • Ook in het kader van rechtsbescherming heeft het RB diverse opmerkingen geplaatst. Eén van de plannen is dat al voorafgaand aan het opleggen van een aanslag een verzuimboete kan worden opgelegd. Dit leidt ertoe dat mogelijk twee bezwaarprocedures moeten worden gevoerd. Dit staat haaks op het uitgangspunt in het consultatiedocument “Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst” dat op 6 september 2012 is gepubliceerd.
  • Ook het feit dat belastingplichtigen onderhandse akten alleen kunnen laten registreren als deze mogelijkheid in een wettelijke regeling is neergelegd, is in strijd met de rechtsbescherming. In bepaalde gevallen is de registratie namelijk niet in de wet maar in beleidsbesluiten voorgeschreven.