Kans op lagere pensioenpremies niet groot

De kans dat de verlaging van de pensioenopbouw in 2015 leidt tot lagere pensioenpremies lijkt niet zo groot. De pensioenfondsen zeggen het geld nodig te hebben om hun financiële positie te verbeteren.

Kans op lagere pensioenpremies niet groot

Vakbonden en werkgevers, die de pensioenfondsen besturen, voelen niets voor centrale afspraken over het teruggeven van de premies.

Dat bleek maandag tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer met sociale partners, pensioenfondsen en deskundigen. Die ging over het pensioenakkoord dat het kabinet vrijdag sloot met sociale partners. De Kamer behandelt het voorstel volgende week.

Van 2,25% naar 1,85%
In het regeerakkoord was aangekondigd dat de jaarlijkse pensioenopbouw in 2015 omlaaggaat van 2,25 naar 1,75 procent van het inkomen. Dat zou kunnen, omdat mensen langer werken en dus ook meer tijd hebben om pensioen op te bouwen. Na verzet van bonden en werkgevers legde het kabinet 250 miljoen euro op tafel om de ingreep af te zwakken. Dat leidde tot afspraken waarbij de jaarlijkse pensioenopbouw 1,85 procent gaat bedragen.

Bij het opstellen van het regeerakkoord gingen VVD en PvdA ervan uit dat een lagere pensioenopbouw leidt tot lagere premies. De pensioenfondsen hebben er echter weinig trek in het geld terug te sluizen naar de werknemers. Veel fondsen verkeren in financiële problemen. En de sociale partners vinden het maken van afspraken over pensioenpremies een zaak van cao-overleg, maakten ze in de hoorzitting duidelijk.

Toch hoop op teruggave
Een Kamermeerderheid blijft niettemin hopen op teruggave van pensioenpremies. Vooral D66-Kamerlid Steven van Weyenberg maakt zich hier hard voor. Volgens hem is een gemiddelde jaarlijkse verlaging van bruto 1000 euro per werknemer mogelijk. Dat zou de economie stimuleren. Bovendien rekent het kabinet erop dat de pensioenoperatie tot een bezuiniging van 3 miljard euro leidt. Die komt in gevaar als de premies niet omlaaggaan.

In de hoorzitting bleek dat de sociale partners met lange tanden akkoord zijn gegaan met de nieuwe pensioenovereenkomst met het kabinet. Zij blijven inzetten op een jaarlijkse pensioenopbouw van 2 procent. Werkgeversvertegenwoordiger Ton Schoenmaeckers onderstreepte dat het pensioenakkoord niet meer is dan een reparatie van een afspraak uit het regeerakkoord ‘waar wij niet om hadden gevraagd’. ‘Onze ambitie blijft 2 procent.’