Armoede toegenomen vooral bij zelfstandigen, werklozen en bijstandsontvangers

In 2011 is de armoede in Nederland sterk toegenomen. Ramingen wijzen op een verdere stijging in 2012 en 2013. Dat meldden het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag in het rapport Armoedesignalement 2012.

Armoede in 2011 sterk gestegen

De recessie in 2009 en het daaropvolgende lichte herstel van de economie in 2010 hadden aanvankelijk een bescheiden effect op de armoedecijfers. In de tweede helft van 2011 kromp de economie echter opnieuw. Dat jaar nam de armoede volgens beide grenzen wel fors toe. Ramingen voor 2012 duiden erop dat de armoede verder zal toenemen. Volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium stijgt het aantal armen in 2012 naar verwachting met bijna 60.000 personen, tot 1.184.000 (7,5%).

Zelfstandigen

Met 68% moesten huishoudens met bijstand als voornaamste inkomensbron verreweg het vaakst rondkomen van een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Dat is 3 procentpunten meer dan in 2010. Op ruime afstand volgden de huishoudens met een werkloosheidsuitkering
(22%) of een arbeidsongeschiktheidsuitkering (24%) en zelfstandigen (15%). In prijzen van het jaar 2011 bedroeg de lage-inkomensgrens voor een alleenstaande 11.550 euro. Per maand komt dit neer op 960 euro.

Nieuwe armen dertigers en veertigers

Dertigers en veertigers hadden in 2011 een bovengemiddeld armoederisico: 8% van alle 30-44-jarigen, 9% in de leeftijdsgroep van 35-39 jaar. Van oudsher was deze leeftijdsklasse geen risicogroep, maar de laatste jaren is het armoederisico bij dertigers en veertigers verhoudingsgewijs sterk gestegen. In 2006 waren er 235.000 arme 30-44-jarigen, in 2011 ging het om 271.000 mensen.

Meer financiële problemen

Huishoudens met risico op armoede hebben vaker betalingsachterstanden. Een op de elf arme huishoudens kan zich niet om de dag een warme maaltijd veroorloven, een op de twintig geeft aan niet voldoende geld te hebben om het huis goed te verwarmen.

Gunstige inkomenspositie voor ouderen

Onder 65-plussers is het aandeel met een laag inkomen het laagst. Dit komt doordat de meeste ouderen naast de aow een aanvullend (pensioen)inkomen hebben. Bovendien is de koopkracht van ouderen met alleen aow sinds 2000 flink gestegen.