Werkkostenregeling: Toepassing MKB beperkt

Eén op de tien werkgevers gebruik van de werkkostenregeling (WKR). Bij werkgevers met meer dan vijfhonderd werknemers is dit bijna drie op de tien. Bij werkgevers met minder dan vijf werknemers ligt het percentage behoorlijk onder het totaalgemiddelde.

Evaluatie

Uit de evaluatie blijkt volgens Weekers dat met de werkkostenregeling een goede weg is ingeslagen. Teruggaan naar het stelsel van vóór 2011 met 29 kostencategorieën en nihilwaarderingen is zowel beleidsmatig als vanuit de uitvoeringspraktijk bezien niet wenselijk, aldus Weekers.

De systematiek van de WKR is goed, maar de regeling wordt nog beperkt toegepast. Ook bevestigt het rapport, dat Staatssecretaris Weekers van Financiën maandag aan de Tweede Kamer heeft  toegestuurd, dat de impact van de overstap niet onderschat mag worden. De evaluatie is naar voren gehaald om meer inzicht te verschaffen.

Uitstel redenen

Grofweg zijn drie belangrijke redenen aan te wijzen waarom de WKR nog niet op grote schaal wordt toegepast, te weten onbekendheid met de regeling, het gebrek aan (verwachte) administratieve lastenverlichting en het ontbreken van de noodzaak om over te stappen. Uiteraard is er zoals verwacht ook een beperkte groep waarvoor de regeling financieel niet aantrekkelijk is. Ook deze groep wacht tot het uiterste moment om over te stappen.

Initiatief boekhouder

Een kwart van de werkgevers geeft aan de nieuwe regeling nog niet omarmd te hebben omdat zij weinig tot geen vergoedingen geven. Een ander deel wacht op initiatief van zijn boekhouder of is er nog niet aan toegekomen.

Genoeg vrije ruimte

Gebleken is namelijk dat 78% van de werkgevers aan de vrije ruimte genoeg heeft voor de belaste vergoedingen en verstrekkingen die zij aan hun werknemers verstrekken, dat wil zeggen voor de vergoedingen en verstrekkingen waarvoor geen gerichte vrijstelling of nihilwaardering geldt.

Geen administratieve lastenverlichting

Voorts blijkt de beoogde – cijfermatig gerealiseerde – administratieve lastenverlichting in de praktijk nauwelijks ervaren te worden. Deze lastenverlichting wordt beoordeeld met een mager zesje.

Fiets- en bedrijfsfitnessregeling

Van de werkgevers die zeggen een fietsregeling via een cafetariaregeling te hebben, zegt ruim de helft na overstap op de WKR deze voort te willen zetten. Ongeveer één op de acht stopt ermee en ongeveer een derde weet het nog niet. De invloed van de WKR op de via fietsregelingen van werkgevers verkochte fietsen is derhalve naar verwachting beperkt. De uitkomsten van de evaluatie vormt derhalve geen aanleiding om de (fiscale) behandeling van de fiets in de WKR aan te passen.

Ook bij bedrijfsfitness is vaak sprake van cafetarisering. Één op de zeven werkgevers zegt na een overstap op de WKR te gaan stoppen met de bedrijfsfitness, terwijl zo’n 60% de bedrijfsfitness voort zal zetten.