Werkgever mocht vakantie niet weigeren

Als een werkgever een gewichtige reden heeft, mag hij de vakantieaanvraag van de werknemer weigeren. De rechter bekijkt dit vrij kritisch, zoals blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.

Vraagt een werknemer (schriftelijk) vakantie aan, dan moet de werkgever binnen twee weken reageren. Laat hij niets van zich horen, dan is de vakantie vastgesteld conform de aanvraag van de werknemer. Het is dan nog wel van belang dat de werknemer voldoende dagen heeft staan, anders wordt de aanvraag niet automatisch gehonoreerd.
Als ‘gewichtige redenen’ zich verzetten tegen het opnemen van vakantie kan de werkgever dit binnen twee weken (schriftelijk) aan de werknemer laten weten. De vakantie wordt dan geweigerd, maar de werkgever moet er wel voor zorgen dat de werknemer in elk geval op enig moment twee weken aaneengesloten of tweemaal een week met vakantie kan.

Re-integratie

In de uitspraak was het de vraag of een geplande vakantie wel of niet verenigbaar was met re-integratie van een schoonmaakster die wegens fysieke klachten was uitgevallen. Zij was bezig met re-integratie in het arbeidsproces toen ze vier weken een vakantie aanvroeg. De werkgever was bang dat er stagnatie of achteruitgang in de re-integratie zou plaatsvinden en wees de aanvraag af. Twee weken was het maximum dat de werkgever kon toestaan. De rechter was het daarmee niet eens en vond dat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat het re-integratieproces in gevaar zou komen. De vrouw werd door het weigeren onevenredig zwaar getroffen en mocht van de rechter alsnog vier weken op vakantie.
Bronnen: Rechtbank Midden-Nederland, 19 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:2874