Eindelijk naar één loonbegrip?

De wetgever had al lange tijd het plan om het loonbegrip te uniformeren. Per 1 januari 2013 wordt dan eindelijk de uniformering van het loonbegrip ingevuld. Helaas blijven er verschillende loonbegrippen bestaan.

 

Op dit moment heeft de werkgever te maken met verschillende loonbegrippen. Om te beginnen loopt hij bij de berekening van het in te houden bedrag aan loonheffingen al tegen drie loondefinities aan, namelijk het loon voor de loonbelasting en premies volksverzekeringen (pvv), het loon voor de premies werknemersverzekeringen en het loon voor de berekening van de eigen bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Naast deze drie begrippen zullen veel werkgevers andere grondslagen moeten vaststellen die in beginsel (mede) zijn gebaseerd op het loon, bijvoorbeeld de grondslag voor de pensioenpremie van een werknemer.

 

Huidig loonbegrip loonbelasting

Het is overigens niet zo dat de drie loonbegrippen volledig van elkaar verschillen. In beginsel kan de werkgever uitgaan van het loon voor de loonbelasting/pvv. Voor de loonbelasting bestaat het loon in beginsel uit alles wat de werknemer uit een tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking geniet.

Ook eindheffingsloon behoort in beginsel tot de grondslag voor de loonbelasting/pvv. Eindheffingsloon voor doorlopend afwisselend gebruik van een bestelauto of in verband met geschenken in natura is echter alleen loon voor de loonbelasting en niet voor de premies volksverzekeringen.

 

Huidig loonbegrip werknemersverzekeringen

Het loon voor de werknemersverzekeringen is in beginsel gelijk aan het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking voor de loonbelasting/pvv. Bepaalde uitkeringen en aanvullingen bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en dergelijke behoren ook tot het loon voor de werknemersverzekeringen, ook al is er sprake van loon uit vroegere dienstbetrekking.

Andere loonbestanddelen voor de loonbelasting/pvv die niet meetellen voor de werknemersverzekeringen zijn de verplichte vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak en lijfrente-uitkeringen die als loon uit vroegere dienstbetrekking kwalificeren.

De werkgever moet uitsluitend bij sommige naheffingsaanslagen premies werknemersverzekeringen inhouden op het eindheffingsloon. Het werknemersdeel van de premie Werkloosheidswet (WW) behoort niet tot het loon voor de loonbelasting/pvv, maar alleen tot het loon voor de werknemersverzekeringen.

Ook de levensloopregeling zorgt voor een verschil tussen het loon voor de loonbelasting/pvv en voor de werknemersverzekeringen. Bij de werknemersverzekeringen mag de werkgever geen rekening houden met door de werknemer ingelegde bedragen of met uitkeringen uit deze regeling.

 

Huidig loonbegrip inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

De volgende onderdelen behoren wel tot het loon voor de loonbelasting/pvv, maar tellen niet mee bij de berekening van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.

• De verplichte werkgeversvergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Als de werkgever meer vergoedt dan de bijdrage Zvw, vormt het meerdere wel loon voor de Zvw-bijdrage.
• Loon waarover de werkgever eindheffing toepast. Als de Belastingdienst de werkgever een naheffingsaanslag oplegt waarin de inspecteur het loon behandelt als eindheffingsloon, moet de werkgever hierover soms wel een inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage inhouden.

 

Let op!

Nu mag de werkgever bij de berekening van de premie WW-Awf (Algemeen werkloosheidsfonds) een franchise toepassen van maximaal € 17.229 op jaarbasis. Deze franchise komt per 1 januari 2013 te vervallen, maar daar staat tegenover dat de werkgeverspremie WW waarschijnlijk zal dalen van 4,55% naar 2,05%. Het vervallen van de franchise WW-Awf pakt vooral nadelig uit voor werkgevers met veel werknemers met lage lonen.

 

Levensloopregeling

Met het afbouwen van de levensloopregeling wordt het verschil in loonbegrip tussen de loonbelasting/pvv en de werknemersverzekeringen al iets kleiner. Ook voor werkgevers met werknemers die in 2012 nog hun levensloopregeling tijdelijk kunnen voortzetten neemt het verschil echter af.

Vanaf 1 januari 2013 verlaagt de inleg in de levensloopregeling door de werknemer ook het loon voor de werknemersverzekeringen. Bovendien zal vanaf die datum de opname uit een levenslooptegoed door een werknemer jonger dan 61 jaar ook onderworpen zijn aan de premieheffing werknemersverzekeringen. Deze vereenvoudiging kan echter leiden tot dubbele heffing, want vóór 2013 vermindert de inleg de premieheffing werknemersverzekeringen niet terwijl opnamen na 1 januari 2013 wel onder deze heffing vallen.

 

Bijtelling privégebruik bedrijfsauto

Ook de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak behoort vanaf 1 januari 2013 tot het loon voor de werknemers verzekeringen. Dit leidt tot een verhoging van de werkgeverslasten, vooral als de plannen doorgaan om het woon-werkverkeer niet meer als zakelijk verkeer aan te merken. Met de Verklaring geen privégebruik auto en de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto zullen werkgevers de loonheffing over de terbeschikkingstelling van de auto kunnen voorkomen (als de regels rond deze verklaringen hetzelfde blijven).

 

Werkgeversbijdrage Zvw

Werkgevers moeten nu op het loon van hun werknemers een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw inhouden. In beginsel moet de werkgever daarnaast zijn werknemer een vergoeding geven voor deze inhouding van bruto dezelfde omvang. Vanaf 2013 zal alleen de werkgever een nieuwe inkomensafhankelijke bijdrage Zvw moeten betalen. Deze bijdrage wordt berekend over het loon voor de loonbelasting.

 

Advies

Op 1 januari 2013 komt de volledige uniformering van het loonbegrip weer een stapje dichterbij. Tegenover deze vereenvoudiging staat wel een verzwaring van de werkgeverslasten. Bovendien blijven de verschillen in loondefinities nog steeds bestaan ten aanzien van de eindheffing en het loon uit vroegere dienstbetrekking. Oplettendheid blijft dus geboden!


Bron: De SalarisAdviseur >>