Aansprakelijk voor te veel storten op g-rekening

Als er voor een bepaalde regeling geen nadere regels zijn gesteld, is het vaak verstandig na te gaan hoe anderen daarmee omgaan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende zaak waarbij een onderaannemer aansprakelijk werd gesteld voor te hoge bedragen die op zijn g-rekening waren gestort.

De onderaannemer in kwestie verrichtte tussen 1987 en 1989 in onderaanneming werkzaamheden voor twee hoofdaannemers in de verf- en glasbranche. Beide hoofdaannemers maakten een deel van de facturen over op de g-rekening van deze onderaannemer.

Toen de hoofdaannemers failliet waren gegaan hadden ze allebei een grote premieschuld bij het UWV. Het UWV stelde de onderaannemer hiervoor aansprakelijk. De hoofdaannemers hadden namelijk bij de voldoening van een groot aantal facturen te hoge bedragen overgemaakt naar de g-rekening van die onderaannemer. De onderaannemer zou volgens het UWV onrechtmatig hebben geprofiteerd van deze wanprestatie die de hoofdaannemers tegenover het UWV hadden gepleegd.

Aansprakelijkstelling
Het hof stelde voorop dat er eind jaren tachtig van de vorige eeuw geen nadere regels waren gesteld over de mate waarin aannemers en onderaannemers betalingen mochten doen of ontvangen van hun g-rekening(en). Wel had de onderaannemer in kwestie volgens de rechter kunnen achterhalen op welke manier anderen omgingen met stortingen op hun g-rekening(en). Zo bleek uit een deskundigenbericht dat een storting van 40% van de factuur (exclusief btw) gebruikelijk was.

Dit bracht het hof tot de conclusie dat toen de hoofdaannemers onevenredig veel geld overmaakten op de g-rekeningen van de onderaannemer, het de onderaannemer voldoende duidelijk moest zijn geweest dat daarmee inbreuk werd gemaakt op het pandrecht van het UWV. Het oordeel luidde dan ook dat de onderaannemer aansprakelijk was voor zover de betalingen van de hoofdaannemers meer bedroegen dan 40% van de betaalde facturen.
Hoge Raad, 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1736

 

Bron: De SalarisAdviseur